Geschiedenis over . . . is een serie
artikelen over de joekeloerussen, en andere bijzaken die overzichtelijk zijn
gerangschikt.
Heeft u zelf een artikel geschreven, of heeft u een verhaal met foto's, dan
willen we dat graag op deze website plaatsen. Op die manier kunt u de
geschiedenis delen met anderen.
zomer anno 1702
holidayIn de prachtige regenwouden van Borneo in Indonesië werd een joekeloerus
jong geboren. Een bosjoekeloerus. In het Maleis betekent dit eet en ga heen. Het
bosjoekeloerusventje werd Hero genoemd, want zijn ouders hoopten dat hij een
echte held zou worden. Het woud werd ernstig bedreigd. De mensen kapten alle
bomen. Steeds meer woud verdween. Er heerste ook een geheimzinnige en dodelijke
joekeloerusgriep . De ouders van Hero werden ziek. Eerst stierf zijn vader. Met
zijn moeder ging het steeds slechter. Er kwam een moment dat ze zei: ‘Lieve Hero.
Zoals je weet worden wij door allerlei bedreigingen geplaagd. Het woud verdwijnt
en de joekeloerusgriep zal velen van ons doden. Maar jij, lieve Hero. Jij moet
de mensen gaan overtuigen dat ze het woud niet verder moeten kappen. Alleen dan
zullen de bosjoekeloerussen en andere dieren kunnen blijven voortleven.’
Toen stierf de moeder. Nu was Hero een wees. Hero huilde tranen met tuiten, maar
wist ook dat lang doorhuilen geen zin had. Hij moest en zou het woud redden; dat
had hij zijn moeder beloofd. Zo klein als hij was klom hij moedig in een hoge
boom. Nu wilde hij van de ene boomtop naar de andere springen. Maar hij deed dat
een beetje stuntelig en tuimelde bijna naar beneden. Hij kon zich nog net aan
een tak vastgrijpen. Een moederbosjoekeloerus met twee jongen zat in de andere
boom. Ze begon hard te lachen, toen Hero weer naar boven klom. ’Ik help je wel,
kleine jongen,’ zei ze. Ze greep naar de top van een andere boom en rekte zich
helemaal uit. Haar voeten omklemden de takken van boom waar Hero en de kleintjes
nog in zaten. De baby-bosjoekeloerussen liepen op haar buik veilig naar de
overkant. ’Toe maar,’ zei ze tegen Hero. ’Je bent wel wat zwaarder, maar je kunt
rustig over mijn bruggetje lopen.’ Zo bracht ze Hero veilig het woud in naar wat
vruchtenbomen.
Na een heerlijk maal met sappig fruit wilde moederbosjoekeloerus weer teruggaan.
Want verderop was een grote kale vlakte. Daar was eens woud geweest en nu was
het daar gevaarlijk. Op een kale vlakte waren bosjoekeloerussen een gemakkelijke
prooi voor roofdieren. Maar Hero wilde juist wel verder. Hoe moest hij anders
bij de mensen komen? Moederbosjoekeloerus keek droevig en nam afscheid van de
jonge moedige Hero.
Hero kwam aan bij de open vlakte. Aan de andere kant, heel in de verte, zag hij
een nog een stuk woud. Er stonden allemaal wagens op de vlakte. Die waren van
mensen, maar hij zag geen mensen. Schichtig keek hij rond of hij geen roofdieren
zag. Toen rende hij zo hard als hij kon naar het andere woud. Daar veilig
aangekomen, keek hij nog één keer om. Hij zag de wagens naar zijn geboortewoud
rijden. Dus er waren wel mensen gekomen? Zou hij naar ze toe gaan? Maar iets
hield hem tegen. Toen hoorde hij het vreselijke geluid van zagen. Tot zijn grote
schrik zag hij de een na de andere boom vallen. Oh, ze waren zijn oude woud aan
het kappen. Oh, al die armebosjoekeloerussen. Opnieuw begon hij te huilen.
‘Huil maar niet, Hero,’ hoorde hij ineens een lieve stem zeggen. Huh, waar kwam
dat nu vandaan? Toen zag hij haar staan. Een kleine mooie vrouw in een helder
licht. ‘Wees maar niet bang, Hero. Ik ben de goede oerbosfee. De mensen hebben
ook jouw woud gekapt. Dit is het laatste stukje woud. Meer een heel groot bos
eigenlijk. Ik weet dat jij een grote liefde voor het laatste bos hebt. Maar
juist in dit bos komen de gevaarlijke specialsquadjoekeloerussen voor. Als je
door dit bos loopt vind je aan het eind mensen, maar kijk alsjeblieft uit voor
de specialsquadjoekeloerussen.’
Dat beloofde Hero en hij ging weer verder, van boomtop tot boomtop. Hij leerde
het springen snel en reisde vlug verder. Het werd al avond en Hero was op een
vruchtenboom terecht gekomen. Al smullend van het sappige fruit bedacht hij dat
hij hier wel de nacht zou willen doorbrengen. Al snel viel de kleine Hero in een
diepe slaap. Terwijl hij sliep liepen er kleine voetjes naar de boom. Kleine
voetjes met grote tenen. Vier specialsquadjoekeloerussen kwamen eraan. Oh, wat
waren ze lelijk. Ze droegen iets; een pan. Het was een snelkookpan. Ze
sprokkelden hout bij elkaar, maakten een vuur en zetten de snelkookpan op het
vuur. Hij was al half gevuld met regenwater. Ze hadden de pan gepikt van de
mensen. Het was duidelijk; de specialsquadjoekeloerussen waren van plan iets
lekkers te gaan koken. Maar wat? ‘Ik ruik een bosjoekeloerus, hier heel
dichtbij,’ zei de grootste specialsquadjoekeloerus van het stel. ’Mmmm, lekkah,
lekkah, met sambal en pindasaus,’ zei een andere specialsquadjoekeloerus. ’Dat
moet je dan wel even gaan pikken bij de mensen, want dat hebben we nu niet,’ zei
de ene specialsquadjoekeloerus, terwijl hij zijn grote lelijke neus in de lucht
stak. ’Daar, de bosjoekeloerus zit in die boom. Hoor je hem snurken? Hij slaapt.
Komt dat even mooi uit. Kom,’
Ze klommen in de boom en grepen het arme bosjoekeloerusje beet. Hoe hij ook
schreeuwde, tegen zoveel specialsquadjoekeloerussen kon hij niet op. Ze tilden
hem op en wilden hem in de snelkookpan gooien. Plotseling verscheen er een
helder licht. Daar konden de specialsquadjoekeloerussen niet tegen. Van schrik
lieten ze Hero los en gingen er vandoor. Het was de fee. Hero was op de grond
gevallen en krabbelde voorzichtig overeind.
‘Ik zei nog zo, kijk uit voor de specialsquadjoekeloerussen. Lieve Hero, je kunt
niet uitrusten. Je kunt niet slapen. Je moet doorgaan. Dit bos is het grootste
stuk wat nog over is en het zal lang duren voordat je bij de mensen bent. Maar
ga voort. Alleen jij kunt het bos nog redden van de ondergang.’ De oerbosfee nam
weer afscheid en Hero ging door. Dag en nacht sprong hij van boomtop naar
boomtop.
Eindelijk … eindelijk bereikte hij de uitgang. In de verte stond een mooi huis
met een veranda. Daar waren de mensen, daar moest hij naar toe. Maar hoe kon hij
de mensen ervan overtuigen dat ze geen bos meer moesten kappen? Dat wist hij
niet. Een dikke man lag in een hangmat tussen de bomen met een sigaar in zijn
mond. Hero klom in een van de bomen en sprong op buik van de man. Woedend
richtte de man zich op en zei: ‘Wat is dat nou? Stomme bosjoekeloerus’ Hero klom
snel naar het voeteneinde van de hangmat. Hij was verbaasd dat hij de man kon
verstaan. Was hij een stomme bosjoekeloerus? Nee, hij was een moedige
bosjoekeloerus. Hij had vele gevaren getrotseerd om hier te komen. Hij zou het
die man wel eens zeggen. Dat gebeurde ook. Tot zijn verbazing kon hij de taal
van de mensen spreken. De oerbosfee moest dit hebben gedaan met een betovering.
‘Luister eens, mijnheer. Ik ben helemaal uit het grote bos gekomen. Mijn ouders
zijn gestorven, mijn woonplaats is aan stukken gehakt. De
specialsquadjoekeloerussen hadden me bijna opgegeten. Ik begrijp dat de mensen
hier leven van de boskap, maar wij leven van het bos. We hoeven elkaar als
joekeloerus en mens toch niet in de weg te zitten?’
De dikke man opende zijn mond van verbazing. De sigaar viel uit zijn mond. Hij
wist echt niet wat hem overkwam. Een pratende joekeloerus? Maar deze dikke man
was een zakenman. Hij was de baas van de boskappers. Ineens kreeg hij een goed
idee. Een pratende joekeloerus zou veel geld opbrengen. ‘Je hebt gelijk,
joekeloerus. Het is stom om al het bos te kappen. We hebben nu eigenlijk wel
genoeg gekapt. Maar een pratende joekeloerus is wel heel bijzonder. Zou je niet
voor mij willen werken als ik je beloof geen bos meer te kappen? Dan trekken we
samen de wereld rond en dan kunnen alle mensen een pratende joekeloerus zien.’
Hero knikte, maar wilde eerst zekerheid. De man haalde een paar briefjes uit
zijn broekzak. Dat waren vergunningen voor de boskap. Hij scheurde ze doormidden
en gooide ze weg. ‘Ziezo,’ zei hij. Hij bracht Hero naar een kamer en deed deze
op slot. Hero geloofde er niets van dat de man zich aan zijn woord zou houden.
Hij zou Hero vast voor veel geld verkopen en gewoon nieuwe vergunningen
aanvragen. Oh, wat was hij dom geweest.
De volgende dag werd hij in een kooi gestopt en meegenomen naar een ander huis.
Daar woonde een andere man. Ook rijk, zo te zien. De kooi werd open gedaan en
Hero liep naar buiten. ‘Aha, dus dit is die pratende joekeloerus,’ zei de man.
‘Nou zeg me dan eens, joekeloerus. Hoe heet jij?’ Hero dacht na. Hij wist niet
zeker of de dikke man zich aan zijn woord zou houden, dus hij besloot te
antwoorden. Maar … er kwam alleen maar joekeloerustaal uit zijn mond. ‘Stom
beest!’ riep de dikke man woedend. ‘Hij heeft me in de maling genomen. En nu heb
ik mijn vergunningen verscheurd!’ ‘Oh, nee!’ zei de andere man. ‘Dat is
vreselijk. De regering heeft besloten geen vergunningen meer af te geven.’ ‘Die
joekeloerus!’, brulde de dikke man en hij wilde Hero grijpen. Maar Hero rende
snel weg. Terug naar het bos. Hij werd opgewacht door alle dieren die nog over
waren. Zelfs de specialsquadjoekeloerussen waren erbij. De fee had hen op de
hoogte gehouden. Ze waren dolblij dat de boskap niet meer doorging en Hero werd
de ware superoverlevingsheld van het laatste bos
running so guickly almost flying.but i the film sometimes just flying with the running action,but not so high