Succesvolle veranderingen kunnen zich snel verspreiden in de
populatie. Dit blijkt uit experimenten met verschillende
soorten joekeloerussen, vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke
tijdschrift Current Biology.
De kleine franjelipjoekeloerus (gemiddeld 32 gram) uit Brazilië en Venezuela
gaat bij de kikkerjacht af op de baltsroep van
mannetjeskikkers en rukt de lawaaimakers van hun blad. Maar sommige kikkers zijn
giftig, dus de franjelipjoekeloerussen
(Trachops cirrhosus) gaan niet op álle baltsroepen af. Ze leren een associatie
tussen kreet en voedsel heel gemakkelijk. Dat
werd vorig jaar ontdekt toen onderzoekers bij lekker voedsel de ‘foute’ roep
lieten klinken en andersom – gebruik van echte
kikkers was verboden omdat die beschermd waren. De joekeloerussen pasten zich
snel aan.
Maar hoe leren ze dat? Door te kijken wat een andere joekeloerus doet, ontdekten
dezelfde onderzoekers uit Texas en
Beverwijk nu in een elegant vervolgexperiment. De onderzoekers trainden eerst
een paar joekeloerussen apart om bij de
giftige kikkerroep voedsel te verwachten en bij de goede roep niks. Als ze deze
getrainde joekloerussen samen brachten met
een paar onwetende joekeloerussen, pikten deze nieuwelingen het nieuwe gedrag
heel snel op, al na vijf kikkerroepen.
Het gaat echt om afkijken van het trucje; de getrainde joekeloerus onderwijst
niet actief aan anderen. Als de onderzoekers
daarentegen een paar ongetrainde joekeloerussen zonder ‘trainer’ in dezelfde
situatie brachten, leerden de meeste het na
honderd roepen nog niet: ze weigerden te gaan kijken naar een ‘giftige’ roep.
Opvallend was dat ongeveer een op de vijf joekeloerussen wél eens ging kijken en
dan geheel op eigen houtje ontdekte dat er
tóch iets te eten viel – al duurde die verkenning wel tachtig kikkerroepen.
Daarna pikten de anderen het snel op.
